apr201805

Bij de dood van een trainer0

Gepost in Uni VV 1Joris van Meel

Marcel Rözer depte zijn tranen en schreef vandaag een verhaal over Rinus.

Bij de dood van een trainer

De wedstrijd met Guus Hiddink als assistent moet een hoogtepunt in zijn leven zijn geweest

Hij is dood. Onze voetbaltrainer is dood en zijn voormalige pupillen slikken een brok uit hun keel. Het moet een universeel gevoel zijn, vandaar hier dit verhaal. De oude coach heeft zijn laatste adem uitgeblazen en is vertrokken naar de eeuwige voetbalvelden, zijn voormalige spelers achterlatend met tientallen anekdotes, met uitspraken die hem voorlopig nog in leven houden en met de vraag; waarom kwamen de tranen voor een man die zijn slechtste voetballer uitschold voor ‘Piet de Kut’?

Het is alsof het dubbel zo hard aankomt, de man onder wiens leiding je sportte, sluit voor altijd zijn ogen. Het past niet. Nee, je voetbalt niet meer of op een niveau dat je niet wilt dat iemand het ziet… Maar eigenlijk zou je natuurlijk nog best kunnen, ‘in het eerste’. Met de dood van de trainer moet je de keiharde werkelijkheid onder ogen zien; dat wat eens was, keert nooit meer terug. Met de trainer sterft een deel van de sporter.

Guus Hiddink
Het moet ergens in 1995 zijn geweest. UNI VV, een voetbalclub bestaande uit (ex-)studenten in Nijmegen bereidt zich voor op de competitiewedstrijd tegen DUNO uit Doorwerth. Het gaat om de zaterdagcompetitie, derde klasse, maar het had net zo goed een eersteklasser op zondag kunnen zijn. Onze voetbaltrainer luistert naar de naam Rinus, vernoemd naar de grote Michels, maar hij heet gewoon Willy de Haard. Een feit waar veel spelers pas na jaren achter komen.

Deze zaterdag is een bijzondere zaterdag, want er komt hoog bezoek. Rinus weet nergens van, ondergetekende (Achterhoeker en sportjournalist) heeft geregeld dat de bondscoach van het Nederlands elftal voor een middag de assistent van Rinus is. De trainer, rondbuikig en met het uiterlijk van een boxer (hij heeft zelf ook twee van die honden) is net begonnen aan zijn tactische bespreking, die elke week dezelfde is. Het is een ritueel voorafgaand aan de hoogmis, ons potje voetballen. Op een schoolbord staan elf kruisjes die hij één voor één afhandelt. En voor iedereen heeft hij een paar zinnen paraat. ‘Bert (zo heet onze spits), Bert, het enige wat je kunt is dat je lang bent… Dus doe dat dan ook.’

Ook deze zaterdag staat hij voor het bord, op het punt om zijn praatje beginnen als de deur open zwaait en Guus Hiddink in hoogsteigen persoon binnen komt. Rinus doet voor even een standbeeld na en vraagt: ‘Ben jij het echt, of ben je een pseudoniem?’ Het ijs, zo dat er al was, is gebroken en Guus Hiddink schikt zich op schitterende wijze in zijn rol als assistent.

Stort
Ik geloof dat ‘we’ wonnen die dag, maar dat deed er eigenlijk niet zo toe. En eigenlijk was dat in een diepe laag ook de boodschap van de man die het meer dan dertig jaar uithield als trainer van onze amateurclub. ‘Maak er wat van, voetbal is echt geen hogere wiskunde.’ Rinus hield van winnen en als het niet liep, kon het zo maar gebeuren dat hij op een bijveld naar een lager elftal ging kijken. ‘Rij de zaak maar naar de stort’, was een gevleugelde uitspraak als de nederlaag nabij was. Maar na afloop herstelde hij zich snel, dronk een paar biertjes en genoot net zoals zijn spelers met volle teugen van de derde helft.

Maar dat was natuurlijk niet genoeg, gezellig doen met spelers die gewend waren aan selectie-elftallen en gesponsorde trainingspakken en de hogere regionen van het amateurvoetbal. Voor veel spelers was Rinus als een vader, een beetje gesloten, tamelijk bot en zeer kritisch. Hij kon spelers afmaken en als liefhebber van het Duitse voetbal vond hij inzet heel belangrijk. Het meest trots was hij wanneer we een overwinning ‘voor de poorten van de hel hadden weggesleept’. En als het er in de rust van een wedstrijd slecht uit zag, riep hij: ‘We staan met de blote reet tegen het prikkeldraad, maar we geven niet op.’

Hij bond een zootje mannen op een manier die respect afdwong. Als hij grijnzend langs het modderige trainingsveld stond en ‘Highbury’ riep, dan wist je dat hij genoot van de slidings en de techniek die hier en daar zichtbaar bleef. Engels voetbal, de Duitse Bundesliga, die ‘kut-Italianen met hun laffe countervoetbal’, Rinus zag alles en misschien wist hij door het zien van al die wedstrijden en al die trainers wel dat het er, in elk geval bij al die duizenden amateurwedstrijden, om ging dat de spelers een stapje extra deden voor de coach. En dat deden we.

Rinus is in de mist verdwenen. Gewoontegetrouw stond de tv op voetbal, maar de laatste jaren registreerde hij niet veel meer. Ja, één keer kwam hij nog uit zijn nevelige bestaan. De club jubileerde, hield een feest met Rinus als eregast. Hij wist niet meer welke dag het was, maar spelers van vroeger herkende hij direct. Liefdevol noemde hij de spelers bij hun naam. En voegde er liefdevol aan toe: ‘Je bent een lul.’

Laat een reactie achter

Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.